ECLI:NL:RBDHA:2022:9660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar of beroep
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling is genomen middels een primair besluit van 17 maart 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Op 30 mei 2022 heeft verweerder het bezwaar afgehandeld, waarna geen bezwaar meer aanhangig was. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk, omdat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd als er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting beoordeeld en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.