ECLI:NL:RBDHA:2022:9659
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 31 maart 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Op 15 juni 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar afgehandeld door een besluit te nemen. Omdat het bezwaar daarmee niet langer aanhangig was en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, kon het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard op grond van artikel 8:81 Awb Pro.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting beoordeeld en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar reeds is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld.