ECLI:NL:RBDHA:2022:9524
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens beëindigde beroepsprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling is gesteld. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit, waarna de Staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaarde in het bestreden besluit. Verzoeker stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en stelde vast dat het beroep tegen het bestreden besluit reeds ongegrond was verklaard, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer was. Hierdoor kon het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter in aanwezigheid van de griffier, en is uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.