ECLI:NL:RBDHA:2022:9516
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij zijn verblijfsvergunning is ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar is opgelegd, bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter constateert dat het beroep van verzoeker tegen het bestreden besluit reeds door de rechtbank is ongegrond verklaard, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is. Op grond hiervan wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter J.J.P. Bosman en griffier C.M. van den Berg, en is uitgesproken in het openbaar op 1 september 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep reeds ongegrond is verklaard.