ECLI:NL:RBDHA:2022:9504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn kan worden behandeld. Het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn, weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om verzoeker voor die tijd over te dragen aan Italië.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en mag verzoeker de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst zodat verzoeker de behandeling van zijn beroep in Nederland mag afwachten.