ECLI:NL:RBDHA:2022:9367
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen bestuurlijke boete Zorgverzekeringswet te laat ingediend, beroep ongegrond
Eiser ontving een bestuurlijke boete van het Centraal Administratiekantoor (CAK) wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering. Het bezwaar tegen deze boete werd door het CAK niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. Eiser voerde aan dat hij in detentie zat en afhankelijk was van derden, waardoor hij zijn post niet tijdig kon behandelen.
De rechtbank oordeelt dat het CAK het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De verantwoordelijkheid voor het tijdig ontvangen en behandelen van post ligt bij eiser, ook tijdens detentie. Het feit dat de eigenaar van het adres waar eiser stond ingeschreven lange tijd in het buitenland verbleef, is voor rekening en risico van eiser. Er is geen sprake van een verontschuldigbare termijnoverschrijding.
De rechtbank beperkt zich tot de ontvankelijkheid van het bezwaar en beoordeelt niet de rechtmatigheid van de boete zelf. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend zonder verontschuldigbare reden.