ECLI:NL:RBDHA:2022:9251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete en niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken hersteltermijn
De zaak betreft een bestuurlijke boete van €2.500,- opgelegd aan eiseres naar aanleiding van een tekort aan een lichtmatroos op een motorvrachtschip tijdens een controle op 27 maart 2019. Eiseres maakte bezwaar tegen het primaire besluit, maar diende geen gronden van bezwaar binnen de gestelde termijn in. Verweerder verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk.
Eiseres betoogde dat zij geen hersteltermijn heeft gekregen om alsnog gronden van bezwaar in te dienen, waardoor het besluit tot niet-ontvankelijkheid onterecht zou zijn. De kernvraag was of de termijn voor het indienen van gronden van bezwaar was aangevangen door de e-mail van 24 september 2020, waarin een termijn tot 23 oktober 2020 werd gesteld.
De rechtbank overwoog dat de elektronische verzending van de termijnstelling alleen rechtsgeldig is indien de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt voldoende per e-mail bereikbaar te zijn. Verweerder kon aannemen dat de gemachtigde van eiseres via het gebruikte e-mailadres bereikbaar was, gelet op eerdere correspondentie en ontvangstbevestiging.
Omdat de gronden van bezwaar buiten de gestelde termijn waren ingediend en geen hersteltermijn was verleend, was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en zij kreeg geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de bestuurlijke boete is ongegrond verklaard.