ECLI:NL:RBDHA:2022:9239
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek uitkeringsregeling Backpay voor erfgenamen
De erfgenamen van hun vader dienden een aanvraag in voor een eenmalige uitkering op grond van de Uitkeringsregeling Backpay, bedoeld voor ambtenaren of militairen die tijdens de Japanse bezetting niet volledig betaald werden. Na afwijzing van de aanvraag in 2016 en een verzoek om herziening in 2019, wees de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het herzieningsverzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De erfgenamen stelden dat hun verzoek van 2019 als een eerste aanvraag moest worden gezien, mede vanwege een eerder uitstelverzoek in 2016. De rechtbank oordeelde dat dit uitstelverzoek vóór het besluit van 2016 was gedaan en dat het verzoek van 2019 een herhaalde aanvraag betrof. Eisers hadden geen nieuw bewijs geleverd dat hun vader in de relevante periode als militair werkzaam was en niet volledig betaald kreeg.
De rechtbank vond dat de minister terecht artikel 4:6 Awb Pro toepaste en dat het besluit van 2016 niet evident onredelijk was. De ingebrachte foto en verklaring werden onvoldoende geacht als nieuw bewijs. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat de erfgenamen geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangen.
Uitkomst: Het beroep van de erfgenamen tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek is ongegrond verklaard.