ECLI:NL:RBDHA:2022:9198
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebiedsverbod wegens herhaalde ernstige overlast in centrum Den Haag
Eiser kreeg op 4 december 2020 een gebiedsverbod opgelegd voor drie maanden, dat later werd uitgebreid. Dit verbod werd opgelegd vanwege structurele ernstige overlast die eiser veroorzaakte in het centrum van Den Haag.
Eiser betoogde dat het gebiedsverbod onterecht was omdat meldingen van overlast vooral van de politie kwamen en hij afhankelijk was van het gebied voor zijn bestaan en sociale contacten. Verweerder stelde dat het verbod noodzakelijk was om de openbare orde te handhaven en dat hulpverlening was aangeboden maar geweigerd.
De rechtbank stelde vast dat eiser de overlast niet had betwist en dat sprake was van strafbaar gedrag en zorgmijdend gedrag. Verweerder had voldoende belangenafweging gemaakt en het gebiedsverbod was een passend middel om verdere overlast te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat het belang van het beëindigen van de overlast en de gevoelens van angst zwaarder wogen dan het belang van eiser bij bewegingsvrijheid in het gebied. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het gebiedsverbod wordt ongegrond verklaard en het gebiedsverbod blijft van kracht.