ECLI:NL:RBDHA:2022:9143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging op school
Op 6 september 2016 ontstond op een school in Zoetermeer een vechtpartij waarbij verdachte, zijn echtgenote en dochter betrokken waren, evenals twee aangeefsters. Verdachte werd beschuldigd van het in vereniging plegen van openlijk geweld tegen de aangeefsters. De aanleiding was het pestgedrag van een van de aangeefsters richting de dochter van verdachte.
Tijdens de zitting op 29 augustus 2022 betwistte verdachte de beschuldigingen en ontkende hij een schoppende beweging te hebben gemaakt. De officier van justitie baseerde zich op aangiftes, getuigenverklaringen en camerabeelden die een schoppende beweging toonden, maar de rechtbank achtte de verklaringen inconsistent en de beelden onvoldoende duidelijk om verdachte te verbinden aan het geweld.
De rechtbank concludeerde dat verdachte weliswaar aanwezig was en niets deed om het geweld te stoppen, maar dat er geen overtuigend bewijs was dat hij zelf geweld heeft gepleegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de kosten van de verdediging, die nihil werden begroot.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij openlijke geweldpleging heeft gepleegd.