ECLI:NL:RBDHA:2022:9059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ontnemingsprocedure na volledige nakoming schikking door veroordeelde
De rechtbank Den Haag behandelde een ontnemingsprocedure op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, waarbij de officier van justitie een vordering had ingediend tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 32.287,50.
De procedure was aangebracht op 23 december 2021, maar werd geschorst om de nakoming van een schikkingsovereenkomst af te wachten. Deze schikking, ondertekend op 28 mei 2021, verplichtte de veroordeelde tot betaling van € 11.303,00 aan de Staat.
Tijdens de terechtzitting van 29 augustus 2022 stelde de officier van justitie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de veroordeelde volledig aan de schikking had voldaan. De veroordeelde en zijn raadsman waren niet aanwezig.
De rechtbank constateerde dat de schikking volledig was afgedaan, zoals bevestigd door het Centraal Justitieel Incassobureau. Daarom verklaarde de rechtbank de ontnemingsprocedure van rechtswege geëindigd conform artikel 6:4:18, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: De ontnemingsprocedure is van rechtswege geëindigd wegens volledige nakoming van de schikking door de veroordeelde.