ECLI:NL:RBDHA:2022:9038
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 20 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. Op 1 september 2022 werd het verzoek om voorlopige voorziening behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen, mede omdat op dezelfde dag in een andere zaak uitspraak werd gedaan op het beroep.
De voorzieningenrechter vond geen aanleiding tot het toewijzen van de voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter E.F. Bethlehem, in aanwezigheid van griffier M.Ch. Grazell. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-ontvankelijk verklaarde asielverblijfsvergunning wordt afgewezen.