ECLI:NL:RBDHA:2022:8869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening overdracht aan Duitse autoriteiten
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 12 mei 2022 waarbij hem is medegedeeld dat hij zal worden overgedragen aan de autoriteiten van Duitsland op grond van artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd, maar is niet verschenen op de zitting van 18 augustus 2022 te Breda. De voorzieningenrechter heeft na behandeling van de zaak het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL22.9068) reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet meer nodig is.
Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Duitse autoriteiten is afgewezen.