ECLI:NL:RBDHA:2022:8865
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in procedure kinderalimentatie wegens gebrek aan tolk
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een procedure over nihilstelling van kinderalimentatie, omdat de rechter twee aanhoudingsverzoeken had afgewezen die waren gedaan vanwege het ontbreken van een tolk Engels. De zaak was eerder al twee keer aangehouden omdat het tolkenbureau geen tolk kon leveren. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was omdat zij toestond dat hij de zitting niet goed kon volgen en niet geïnteresseerd zou zijn in zijn antwoorden.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, en dat de afwijzing van een aanhoudingsverzoek een procedurele beslissing is die alleen tot wraking kan leiden als deze onbegrijpelijk is en alleen door vooringenomenheid kan worden verklaard. Dit uitzonderlijke geval was hier niet aan de orde.
De kamer nam mee dat partijen schriftelijke standpunten hadden ingenomen, verzoeker bijgestaan werd door een advocaat die namens hem kon spreken, en dat tijdens schorsingen overleg met de advocaat mogelijk was. Ook het belang van voortvarende behandeling en het tijdsverloop speelden mee. Er was geen aanleiding te veronderstellen dat de rechter de inhoudelijke beoordeling had voorgegrepen of partijdig was.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die stond bij het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 5 september 2022.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid.