ECLI:NL:RBDHA:2022:8728

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 augustus 2022
Publicatiedatum
1 september 2022
Zaaknummer
NL22.6258
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking verblijfsvergunning familie- of gezinslid

Verzoeker had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid bij een derde. Deze vergunning werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ingetrokken met ingang van 13 november 2019. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter besloot het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijzen omdat op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de bodemzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. De voorzieningenrechter veroordeelde de staatssecretaris wel tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 759,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier S.D.C.J. Verheezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 759 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.6258

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Fitters).

Procesverloop

Bij besluit van 12 augustus 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als familie of gezinslid bij [naam3]’ ingetrokken met ingang van 13 november 2019.
Bij besluit van 24 maart 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.6257, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nlDe uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.