ECLI:NL:RBDHA:2022:8701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen. Het bestreden besluit dateert van 2 juni 2022. De rechtbank heeft het beroep op 28 juni 2022 behandeld, waarbij eiser niet is verschenen.
Het beroepschrift van 9 juni 2022 voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het geen gronden van het beroep bevatte. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser hierop gewezen en een termijn gesteld om dit te herstellen, maar hieraan is geen gehoor gegeven.
De rechtbank constateert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep zouden verhinderen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.