ECLI:NL:RBDHA:2022:8669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening in Dublinzaak met schorsing overdracht asielzoeker
Verzoeker heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de overdracht aan Duitsland uit te stellen, zodat hij de behandeling van zijn beroep in Nederland kan bijwonen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de onverwijlde spoed aanwezig is omdat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn kan worden behandeld. Het belang van verzoeker om bij de zitting aanwezig te zijn weegt zwaarder dan het belang van de overdracht.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de overdracht aan Duitsland uitgesteld tot na de zitting op 6 oktober 2022. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €759.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst en verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten.