ECLI:NL:RBDHA:2022:8553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.L. van de Waals
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens tijdig besluit na ingebrekestelling in vreemdelingenprocedure
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Verweerder stelde aanvankelijk dat sprake was van overmacht vanwege coronamaatregelen, waardoor de beslistermijn was opgeschort.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling geldig is omdat op dat moment geen overmacht meer bestond. Verweerder heeft uiteindelijk op 4 juni 2021 een besluit genomen, waarmee het belang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen is komen te vervallen. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn en draagt verweerder op het griffierecht te vergoeden. Omdat eisers het inhoudelijke besluit niet accepteren, verwijst de rechtbank het beroepschrift door naar verweerder voor behandeling als bezwaar. Tegen deze doorzending kan geen rechtsmiddel worden aangewend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld in proceskosten en griffierecht.