ECLI:NL:RBDHA:2022:8523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens niet informeren over recht op raadsman bij gehoor
Eiser werd op 6 augustus 2022 staandegehouden en in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Tijdens het gehoor was geen raadsman aanwezig, terwijl eiser niet was geïnformeerd over zijn recht om op een raadsman te wachten. Hoewel eiser aanvankelijk aangaf geen raadsman te willen bij het gehoor, wilde hij wel rechtsbijstand gedurende de verdere procedure.
De rechtbank stelt vast dat verweerder heeft nagelaten eiser te informeren over dit recht, wat een ernstig procesrechtelijk gebrek oplevert. Gezien het ontbreken van zwaarwegende belangen aan de zijde van verweerder, wordt de bewaring vanaf het begin als onrechtmatig beoordeeld.
De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de bewaring en kent eiser een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige vrijheidsontneming van 13 dagen. Tevens worden de proceskosten van eiser aan verweerder opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens schending van het recht op raadsman en eiser ontvangt een schadevergoeding.