ECLI:NL:RBDHA:2022:8513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige beschuldiging van kannibalisme
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende een asielaanvraag in met het argument dat hij in zijn thuisland werd beschuldigd van kannibalisme, wat leidde tot sociale uitsluiting en belemmering in onderwijs.
Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, mede gebaseerd op een medisch rapport van Medifirst dat stelde dat eiser bij benadering data kon noemen ondanks zijn analfabetisme. Eiser betwistte de juistheid van dit rapport en voerde aan dat hij geen data kon noemen vanwege zijn analfabetisme.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het rapport mocht uitgaan en dat eiser onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn stellingen. Tevens vond de rechtbank de beschuldiging van kannibalisme ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdige en vage verklaringen van eiser over wie hem beschuldigde en de aard van de problemen die hij ondervond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige beschuldiging van kannibalisme is ongegrond verklaard.