ECLI:NL:RBDHA:2022:8481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden als penningmeester stichting
Eisers ontvingen sinds 2009 een bijstandsuitkering. Verweerder beëindigde hun recht op bijstand per 16 juni 2020 en trok de bijstand over de periode van 21 mei 2015 tot 1 juni 2020 in, omdat eiser als penningmeester van een stichting werkzaamheden verrichtte die niet waren gemeld. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Tijdens het onderzoek bleek dat eiser de bankpas van de stichting gebruikte voor betalingen en geldopnames, maar geen administratie bijhield. Eisers stelden dat zij geen inkomsten uit de stichting hadden ontvangen, maar dit werd verworpen omdat de financiële transacties niet verifieerbaar waren en de werkzaamheden niet waren gemeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het recht op bijstand had ingetrokken en de terugvordering had gematigd. De boete was ook terecht opgelegd omdat sprake was van normale verwijtbaarheid. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van bijstand en oplegging van een boete wordt ongegrond verklaard.