ECLI:NL:RBDHA:2022:8459
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrondverklaring beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 14 september 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 23 juni 2022 behandeld. Verzoeker was aanwezig met een gemachtigde en tolk, evenals een vriendin. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
De rechtbank heeft bij uitspraak in de gerelateerde zaak het beroep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening in deze zaak eveneens wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.E. van de Merbel en griffier A.S. Hamans en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na ongegrondverklaring van het beroep.