ECLI:NL:RBDHA:2022:843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep vreemdelingenbesluit wegens termijnoverschrijding
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, maar dit beroep werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Tegen deze beslissing is verzet ingesteld. De rechtbank heeft in het verzet beoordeeld of het eerdere oordeel dat het beroep buiten redelijke twijfel niet-ontvankelijk was, terecht was. Opposant stelde dat het besluit nooit tijdig aan hem was bekendgemaakt omdat hij gedetineerd was in Irak en geen vaste verblijfplaats had.
De staatssecretaris gaf toe dat door een fout in de dossieroverdracht niet alle stukken waren meegestuurd, waaronder bewijs dat het besluit pas op 12 november 2020 aan opposant was ontvangen. Hierdoor was het beroep op 9 december 2020 wel tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het eerdere vonnis onterecht was en verklaarde het verzet gegrond. De buiten-zittinguitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat in de stand van vóór die uitspraak. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd.