Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en 50 cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 23 augustus 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 7 juni 2022 alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Naar aanleiding daarvan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld om op het verzoek om proceskosten te reageren, maar verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen tijdens het beroep tegen het niet tijdig beslissen. Hierdoor is het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond. De proceskosten worden vastgesteld op € 379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 379,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep tegen niet tijdig beslissen.