ECLI:NL:RBDHA:2022:8242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig verkoopmedewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds 2019. Verweerder wees dit af op grond van medische en arbeidsdeskundige rapportages die geen toename in beperkingen constateerden ten opzichte van eerdere beoordelingen.
De rechtbank overwoog dat de verzekeringsartsen hun rapporten zorgvuldig hadden opgesteld en dat de beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2017 als ijkpunt gelden. De door eiseres aangevoerde extra beperkingen werden niet als verzekerd aangemerkt omdat deze niet voortvloeiden uit dezelfde ziekteoorzaak als in 2016.
Ook de arbeidsdeskundige beoordelingen bevestigden een arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35%, wat geen recht op WIA-uitkering geeft. De rechtbank verwierp het betoog van eiseres over een langere referteperiode en concludeerde dat het besluit van verweerder terecht is gehandhaafd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres heeft geen recht op een WIA-uitkering vanaf 28 november 2019.