ECLI:NL:RBDHA:2022:8240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering teveel ontvangen WW-uitkering
Eiser werd door het UWV geconfronteerd met een terugvordering van €18.262,27 aan teveel ontvangen WW-uitkering, waarvoor hij bezwaar maakte. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank overweegt dat eerdere beslissingen over de terugvordering onherroepelijk zijn geworden, waardoor de vordering inhoudelijk niet meer kan worden betwist. Eiser stelde dat hij geen bedrag verschuldigd was, dat verzoeken om informatie hem niet hadden bereikt en dat hij niet in staat was de vordering te betalen. De rechtbank oordeelt dat eiser geen inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie, waardoor de draagkracht niet kon worden beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat de vordering rechtens onaantastbaar is en dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid van het UWV. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de teveel ontvangen WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.