ECLI:NL:RBDHA:2022:8237
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens toekomstig ontwikkelbaar arbeidsvermogen
Eiser vroeg op 3 februari 2020 een Wajong-uitkering aan, die bij besluit van 13 juli 2020 werd afgewezen omdat verweerder oordeelde dat eiser weliswaar momenteel geen arbeidsvermogen heeft, maar dit in de toekomst kan ontwikkelen. Na bezwaar handhaafde verweerder dit standpunt. Eiser stelde dat zijn ziektebeeld progressief is en dat hij geen arbeidsvermogen kan ontwikkelen, onderbouwd met medische rapportages van diverse specialisten.
De rechtbank overwoog dat de beoordeling van arbeidsvermogen is gebaseerd op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De primaire verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat arbeidsvermogen ontbreekt maar kan worden ontwikkeld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde dit standpunt na dossieronderzoek en psychisch onderzoek, waarbij ook medische stukken tot 2021 werden betrokken.
De rechtbank achtte het medisch onderzoek zorgvuldig en vond dat een fysiek spreekuur geen meerwaarde zou hebben. De medische rapportages toonden aan dat eiser met begeleiding kan leren omgaan met zijn aandoeningen en dat verbetering mogelijk is. Daarom is geen sprake van duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder heeft terecht vastgesteld dat eiser geen recht heeft op een Wajong-uitkering.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiser naar verwachting arbeidsvermogen kan ontwikkelen.