ECLI:NL:RBDHA:2022:8226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring voor sociale huurwoning wegens passendheid huidige woning
Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor een sociale huurwoning, omdat haar huidige woning niet geschikt is voor de zorg van haar ernstig meervoudig beperkte dochter die doordeweeks in een instelling verblijft. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres en haar dochter geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren en de dochter niet op hetzelfde adres in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven.
Eiseres voerde in beroep aan dat de belangen van haar dochter onvoldoende zijn meegewogen en dat zij vanwege een uitkering financieel niet in staat is een vrije sector woning te huren. Tevens deed zij een beroep op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro. Verweerder handhaafde het besluit, maar beloofde de situatie opnieuw onder de aandacht te brengen van de Wmo- en Jeugdwetafdelingen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder beleidsvrijheid heeft bij het toekennen van urgentieverklaringen en dat het beleid niet onredelijk is gezien het grote aantal aanvragen. Omdat eiseres en haar dochter geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren, hoefde de belangen van de dochter niet meegewogen te worden. De woning is passend voor het huishouden van eiseres, waardoor de afwijzing terecht is. Het beroep op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro faalde eveneens. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard omdat de huidige woning passend is voor het huishouden van eiseres.