ECLI:NL:RBDHA:2022:8222
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijfsrecht als zelfstandige Unieburger wegens onvoldoende bewijs arbeid en middelen
Eiser, een Bulgaarse burger die sinds 2007 in Nederland verblijft, heeft een aanvraag ingediend voor een document duurzaam verblijf als burger van de Unie op grond van zelfstandige arbeid. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond gedurende vijf jaar reële en daadwerkelijke arbeid als zelfstandige te hebben verricht. Uit de belastinggegevens blijkt dat eiser in de jaren 2015-2017 een negatief verzamelinkomen had, in 2018-2019 geen inkomen, en in 2020 een laag inkomen van €5.229.
Eiser betwist dit en stelt dat hij wel voldoende middelen van bestaan heeft gehad, onderbouwd met stukken van de Belastingdienst over 2014-2020. Hij voert aan dat verlies en niet fulltime werken niet relevant zijn voor de beoordeling van reële arbeid. De rechtbank oordeelt echter dat eiser niet heeft aangetoond dat hij meer dan 50% van de bijstandsnorm heeft verdiend of ten minste 40% van de gebruikelijke arbeidstijd heeft gewerkt.
Daarnaast wijst de rechtbank het beroep af op het evenredigheidsbeginsel, omdat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat het beleid onevenredig wordt geraakt. Nieuwe bewijsstukken die eiser tijdens de zitting aanvoerde, worden niet meegenomen wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en adviseert eiser een nieuwe aanvraag in te dienen met volledige bewijsstukken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag duurzaam verblijf als zelfstandige wordt ongegrond verklaard.