Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 14 juli 2021, uitgereikt op 20 juli 2021 (het bestreden besluit), heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Bij dit besluit heeft verweerder bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk moet verlaten. Daarnaast heeft verweerder een inreisverbod voor de duur van tien jaar tegen eiser uitgevaardigd.
Overwegingen
15 januari 1999 heeft verricht op het hoofdkantoor van de Dienst Immigratie en Paspoorten in Damascus, Idara al-hijra wal-jawazat (door verweerder aangeduid als het Directoraat) in Damascus.
naarinlichtingendiensten. Indien inlichtingendiensten iemand willen aanhouden handelden zij zelfstandig. Eiser benadrukt dat hij de gegevens die hij doorstuurde niet zelf verzamelde, maar dat hij enkel de ontvangen berichten doorstuurde. Zijn taak was louter administratief. Op de inhoud van de berichten kon hij geen invloed uitoefenen, net zo min als op de gevolgen van die berichten. In die zin is er volgens eiser geen sprake van dat hij door zijn werkzaamheden in Syrië medewerking heeft verleend aan willekeurige arrestaties en detenties, marteling en/ of foltering, (zware) mishandeling, executie en verdwijning van tegenstanders van het regime, welke gedragingen als een systematische aanval tegen de burgerbevolking worden beschouwd. Ter zitting heeft hij een beroep gedaan op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht van 21 juni 2018 (zaaknummer NL18.12230T). In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de politie in de desbetreffende periode los moet worden gezien van de veiligheidsdiensten die zich volgens verweerder schuldig zouden maken aan mishandelingen.
naarde inlichtingendiensten en dat eiser de doorgestuurde gegevens niet zelf verzamelde maar enkel de ontvangen berichten doorstuurde en op de inhoud van die berichten en op de gevolgen van die berichten geen (directe) invloed kon uitoefenen. Volgens verweerder neemt dit echter niet weg dat het Directoraat in de jaren ’90 een belangrijke rol speelde in de controle op in- en uitreizen van Syrische burgers in het algemeen en op personen die om welke reden dan ook in de negatieve belangstelling van de Syrische autoriteiten stonden in het bijzonder. Verweerder wijst in dit kader in het bijzonder op informatie uit een rapport van de Deense immigratiedienst getiteld ‘Syria: Kurds, Honour-killings ande Illegal Departure; Report from an fact finding mission to Damascus 15-22 January 2007’, waaruit verweerder in het voornemen de volgende passage citeert waarin melding wordt gemaakt van de activiteiten en werkzaamheden van het Directoraat:
allebevelen van de veiligheidsdienst en de inlichtingendienst ontving en doorstuurde. Er is geen grond om aan te nemen dat eiser niet aan die verklaring gehouden mag worden. Het beroep op deze uitspraak gaat dan ook niet op.
‘Syrian security branches and persons in charge’. Het gaat om welbekende, notoire en beruchte afdelingen van onder andere de staatveiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingendienst. Het uiteindelijke doel van de werkzaamheden van eiser in dit verband, hoewel het voor een deel administratieve taken betrof, was volgens verweerder het aanhouden van diverse door de Syrische veiligheids- en inlichtingendiensten gezochte personen. Eisers werkzaamheden vormden daarbij een onmisbare schakel in het systeem om die personen aan te houden en op te pakken. Immers, zonder de verwerking van de ontvangen berichten door eiser en dan met name zijn specifieke werkzaamheden bij het doorgeleiden van die berichten via gespecialiseerde apparatuur, zouden eerdergenoemde personen niet in handen van een van de Syrische veiligheids- en inlichtingendiensten zijn gevallen. Volgens verweerder heeft eiser hierdoor de omstandigheden geschapen waaronder leden van de Syrische veiligheids- en inlichtingendiensten (en andere leden van het Syrische regime) de genoemde misdrijven hebben kunnen plegen.
‘Syria: Kurds, Honour-killings ande Illegal Departure; Report from an fact finding mission to Damascus,15-22 January 2007.