ECLI:NL:RBDHA:2022:8167
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak vaststelling rechtmatig verblijf EU-recht
Verzoeker heeft een aanvraag tot vaststelling van rechtmatig verblijf op grond van het EU-recht ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen in het primaire besluit van 12 januari 2022. Dit besluit is gehandhaafd in het bestreden besluit van 28 maart 2022. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 4 augustus 2022. Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.7250), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.