ECLI:NL:RBDHA:2022:8109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag op grond van homoseksuele geaardheid
Eiser, een burger van Trinidad en Tobago, diende in 2019 een eerste asielaanvraag in Nederland in, gebaseerd op zijn homoseksuele geaardheid en problemen met familieleden. Deze aanvraag werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard, een beslissing bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In mei 2021 diende eiser een opvolgende asielaanvraag in met dezelfde grondslagen, ondersteund door een video, screenshots en een brief van zijn partner.
Verweerder verklaarde deze opvolgende aanvraag niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe elementen of bevindingen waren die de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten, conform artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000 en het arrest LH van het Hof van Justitie van de EU. Eiser voerde aan dat nieuwe UNHCR-richtlijnen en recente rapporten over de situatie van LHBTI in Trinidad en Tobago als nieuwe elementen moesten worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de UNHCR-richtlijnen reeds in de vorige procedure waren verwerkt en dat eiser niet had onderbouwd dat verweerder deze onjuist had toegepast. De overgelegde rapporten toonden geen significante verslechtering van de situatie sinds de vorige procedure. De video en screenshots werden weliswaar als nieuw erkend, maar de herkomst was onduidelijk en de bedreiging onvoldoende concreet en actueel.
Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring terecht en was het beroep ongegrond. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.