ECLI:NL:RBDHA:2022:8108
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Marokko en oplegging inreisverbod bevestigd
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, diende op 27 oktober 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000, mede omdat Marokko is aangewezen als veilig land van herkomst en eiser geen persoonlijke onveiligheid aannemelijk maakte.
Eiser stelde dat het opleggen van een inreisverbod in strijd is met artikel 8 EVRM Pro vanwege familiebanden in de EU, maar de rechtbank oordeelde dat deze stelling onvoldoende onderbouwd was. Verweerder handhaafde het inreisverbod en de onmiddellijke vertrektermijn.
De rechtbank concludeerde dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was en dat geen reden bestond om af te zien van het inreisverbod. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser werd veroordeeld tot het verlaten van Nederland zonder vertrektermijn, met een inreisverbod van twee jaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.