Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[gedaagde],
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 december 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Den Haag
Stichting BREIN vordert in een collectieve actie dat de rechtbank verklaart dat de verkoop van IPTV-pakketten door [gedaagde] een inbreuk vormt op auteursrechten en naburige rechten. BREIN vraagt onder meer een verbod op de verkoop en het aanbieden van deze pakketten, alsmede dwangsommen bij overtreding.
De rechtbank beoordeelt de ontvankelijkheid van de collectieve vordering aan de hand van artikel 3:305a BW en de voorschriften in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. BREIN voldoet aan de vereisten voor het instellen van een collectieve actie, waaronder het ontbreken van winstoogmerk en het voldoende gemeenschappelijk belang van de achterban. Het lichte regime wordt toegepast omdat het gaat om handhaving van intellectuele eigendomsrechten zonder schadevergoeding.
De rechtbank wijst BREIN aan als exclusieve belangenbehartiger en legt voorschriften op voor kennisgeving aan de betrokkenen, waaronder publicatie van een advertentie in landelijke dagbladen en informatie op het centraal register voor collectieve vorderingen. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de praktische invulling hiervan. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de collectieve vordering van BREIN ontvankelijk en wijst BREIN aan als exclusieve belangenbehartiger.