ECLI:NL:RBDHA:2022:8036

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 augustus 2022
Publicatiedatum
10 augustus 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 7390
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:4 Arbeidsvoorwaardenregeling Veiligheidsregio Haaglanden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling eervol ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid en onderzoek herplaatsingsmogelijkheden

Eiser, werkzaam sinds 2004 bij de brandweer als Medewerker Incidentenbestrijding II, is sinds 13 februari 2018 ongeschikt voor zijn functie en vanaf 7 september 2020 volledig arbeidsongeschikt verklaard. Verweerder heeft op basis hiervan bij besluit van 12 april 2021 eervol ontslag verleend wegens volledige arbeidsongeschiktheid, en dit besluit na bezwaar gehandhaafd.

Eiser stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar herplaatsingsmogelijkheden binnen en buiten de eigen organisatie, mede gelet op eerdere bedrijfsartsadviezen die een zekere inzetbaarheid voorspelden. De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een volledig herplaatsingsonderzoek de bevoegdheid tot ontslagverlening niet uitsluit, maar wel kan leiden tot onredelijk gebruik van die bevoegdheid.

De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er geen concrete passende werkzaamheden voor eiser waren, mede door herhaalde ziekte-uitval en achterhaalde arbeidsdeskundige rapportages. Verweerder heeft derhalve redelijk gehandeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het eervol ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/7390

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.H. Horst),
en

het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Haaglanden, verweerder

(gemachtigde: mr. P.R.M. Berends-Schellens).

Procesverloop

Bij besluit van 12 april 2021 heeft verweerder eiser met ingang van 1 mei 2021 eervol ontslag verleend wegens volledige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 8:4 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling Veiligheidsregio Haaglanden (Arg VRH).
Bij besluit van 7 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2022. Eiser en zijn gemachtigde zijn met een beeldverbinding verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voor verweerder zijn tevens verschenen [A] , mr. [B] en [C] .

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiser heeft sinds 2004 bij de brandweer gewerkt in de functie van Medewerker Incidentenbestrijding II, met het takenpakket Manschap. Eiser is sinds 13 februari 2018 onverminderd ongeschikt voor de functie van Manschap. Vanaf 7 september 2020 is eiser volledig arbeidsongeschikt verklaard.
2. Na een voornemen daartoe, waarop eiser zijn zienswijze kenbaar heeft gemaakt, heeft verweerder bij besluit van 12 april 2021 aan eiser ontslag verleend wegens volledige arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 8:4 van Pro de Arg VRH. Aan dit besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat eiser volledig arbeidsongeschikt is verklaard en er geen concreet aanknopingspunt bestaat dat eisers belastbaarheid binnen afzienbare tijd zodanig toeneemt dat hij duurzaam met passende werkzaamheden belast kan worden. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft verweerder verwezen naar het advies van de bedrijfsarts en de Uwv. Verweerder heeft dit besluit na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit.
Wat is het standpunt van partijen?
3. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder de herplaatsingsmogelijkheden, wat betreft duurzame inzetbaarheid bij de eigen werkgever als daarbuiten, niet volledig en adequaat heeft onderzocht. Dit terwijl de bedrijfsarts in 2019 meerdere malen heeft geoordeeld dat eiser inzetbaar is in passende arbeid en de verwachting ten aanzien van de toename van belastbaarheid goed was. Gelet hierop is het besluit onzorgvuldig voorbereid.
4. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank stelt allereerst van dat de gronden zoals nader toegelicht ter zitting ook betrekking hebben op het bestreden besluit zodat er, anders dan verweerder betoogt, geen reden bestaat om het beroep van eiser op dat punt niet-ontvankelijk te verklaren.
6. De rechtbank overweegt dat in artikel 8:4 van Pro de Arg VRH is bepaald dat ontslag aan de ambtenaar kan worden verleend op grond van volledige ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte. Het ontbreken van een zorgvuldig onderzoek naar passende werkzaamheden bij volledige arbeidsongeschiktheid van een ambtenaar voor zijn functie doet niet af aan de bevoegdheid tot verlenen van ontslag op grond van artikel 8:4 van Pro de Arg VRH, maar kan wel tot het oordeel leiden dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot ontslagverlening gebruik heeft kunnen maken.
7. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder als goed werkgever meer had moeten doen om hem terug te brengen in het arbeidsproces. Hij was in staat om zes tot acht uur per week werkzaamheden te verrichten. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden niet zodanig zijn dat verweerder niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot ontslagverlening gebruik heeft kunnen maken. Verweerder heeft overtuigend toegelicht dat eiser geen concrete werkzaamheden kon uitvoeren. Eiser is vijf maal uitgevallen wegens ziekte. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in volledige arbeidsongeschiktheid in september 2020. Het zag er niet naar uit dat eiser snel zou verbeteren. De arbeidsdeskundige rapportages uit 2019 waar eiser naar verwijst zijn achterhaald en kunnen evenmin leiden tot een andere conclusie.
Ter zitting heeft de heer Harst nog aangegeven dat het re-integratie traject is gestart met een goed gesprek. Er was en is nog steeds een goede verhouding met eiser. Helaas is het niet gelukt om passende werkzaamheden te vinden doordat eiser meerder malen ziek is geworden. Hij is bereid om buiten deze zaak om nog een gesprek met eiser te hebben, zeker als dat helpt voor zijn herstelproces.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.