ECLI:NL:RBDHA:2022:8025
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening België
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat Nederland de verantwoordelijkheid op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich had moeten trekken.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ertoe leidt dat Nederland ervan uit mag gaan dat België zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat België de Europese asielrichtlijnen en verdragsrechtelijke verplichtingen niet zal naleven. De Belgische autoriteiten hadden de asielclaim geaccepteerd en garandeerden een zorgvuldige behandeling.
Daarnaast was de door eiser aangevoerde situatie omtrent het ontbreken van een slaapplaats na afwijzing van zijn aanvraag in België niet onrechtmatig of in strijd met internationaal recht. Ook de stelling dat humanitaire aspecten onvoldoende waren betrokken, faalde omdat eiser geen bewijs leverde van een partnerrelatie in Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.