ECLI:NL:RBDHA:2022:8022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. Meeuwisse
- R. van Zeijst - Repelaer van Driel
- D.M. Rupert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen
Op 11 november 2020 vond in Den Haag een ontploffing plaats bij de woning van de aangever door het afsteken van een Super Cobra 6. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van deze opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen.
De officier van justitie voerde aan dat uit forensisch onderzoek, getuigenverklaringen en telefoongegevens van de verdachte en medeverdachten kon worden afgeleid dat de verdachte betrokken was bij de ontploffing. De verdachte werd geconfronteerd met contacten via telefoontaps en nabijheid van de plaats delict.
De verdediging betoogde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was voor de betrokkenheid van de verdachte. De rechtbank oordeelde dat hoewel de verdachte rond het tijdstip en de plaats van het incident aanwezig was, niet kon worden vastgesteld dat hij daadwerkelijk een rol had bij het tot ontploffing brengen van het vuurwerk. Ook ontbrak bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van het tenlastegelegde medeplegen van opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen van opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen.