ECLI:NL:RBDHA:2022:792
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 17 november 2021. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 6 januari 2022 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals een tolk en de gemachtigde van verweerder. Bij de uitspraak in de gerelateerde zaak is het beroep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening in deze zaak eveneens wordt afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter C. van Boven-Hartogh en griffier A.S. Hamans, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.