ECLI:NL:RBDHA:2022:7903
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Werkgever veroordeeld tot aanzegvergoeding en betaling vakantiegeld, verlofuren en transitievergoeding
De werknemer trad op 1 september 2021 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die van rechtswege eindigde op 31 maart 2022. De werknemer vervulde de functie van administratief medewerker met een salaris van € 1.000 bruto per maand.
De werknemer verzocht de werkgever te veroordelen tot betaling van een aanzegvergoeding van € 1.000 wegens het niet tijdig schriftelijk informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, zoals vereist in artikel 7:668 lid 1 BW Pro. Daarnaast vorderde hij betaling van vakantiegeld, niet-genoten verlofuren, een wettelijke verhoging, transitievergoeding, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst duidelijk tijdelijk was en dat er geen verlenging was overeengekomen. Zij voerde aan dat de werknemer hiervan op de hoogte was en dat een mondelinge mededeling op de einddatum voldoende was. De kantonrechter oordeelde dat de aanzegverplichting schriftelijk en tijdig moet worden nagekomen en dat de werkgever hierin tekort is geschoten.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van de aanzegvergoeding van € 1.000, het vakantiegeld van € 560, de niet-genoten verlofuren van € 586,25, de wettelijke verhoging van € 573,13, de transitievergoeding van € 30, de buitengerechtelijke incassokosten van € 396,83 en de proceskosten van € 742, vermeerderd met wettelijke rente. De werkgever kreeg geen gelijk in haar verweer.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van aanzegvergoeding, vakantiegeld, verlofuren, wettelijke verhoging, transitievergoeding, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.