Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
[naam2](ECLI:EU:C:2014:2336).
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Albanese nationaliteit, reisde op 26 november 2021 Nederland binnen zonder zich te melden bij de autoriteiten en werd kort daarna aangehouden. Verweerder vaardigde een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar uit wegens onrechtmatige binnenkomst, het onttrekken aan toezicht, het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en dat het inreisverbod in strijd zou zijn met EU-recht, omdat veel Albanezen seizoensarbeid verrichten binnen de EU. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aandacht had besteed aan de persoonlijke situatie van eiser, onder meer door een gehoor op ambtsbelofte waarin eiser de gelegenheid kreeg zijn omstandigheden toe te lichten.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet had verklaard zakelijke belangen te hebben en dat verweerder niet verplicht was te vragen naar een eventueel verleden binnen de EU. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.