ECLI:NL:RBDHA:2022:7896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Guinee-Bissause man wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees
Eiser, een man uit Guinee-Bissau, vroeg asiel aan in Nederland op grond van vrees voor vervolging vanwege zijn etniciteit en de moord op zijn vader en moeder. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was dat eiser persoonlijk risico liep op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over de moord op zijn moeder niet consistent en geloofwaardig waren en dat de etnische vrees onvoldoende onderbouwd was. Ook was niet aannemelijk dat eiser vanwege de associatie met zijn vader, die militair was onder oud-president Vieira, gevaar loopt.
De rechtbank nam mee dat algemene landeninformatie geen aanwijzingen gaf voor vervolging van familieleden van oud-militairen en dat de omstandigheden in Guinee-Bissau niet zodanig waren dat eiser een reëel risico liep op willekeurige arrestatie of mishandeling.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees.