ECLI:NL:RBDHA:2022:7797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevatte, zoals vereist op grond van artikel 6:5, eerste lid, Awb. Ondanks twee schriftelijke verzoeken om alsnog gronden in te dienen, heeft eiser niet gereageerd.
Daarom heeft de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 Awb Pro niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.