ECLI:NL:RBDHA:2022:7792
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening na besluit op bezwaar verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke op 15 maart 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar. Vervolgens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
Op 24 mei 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar inhoudelijk beslist. Omdat het bezwaar daarmee niet meer aanhangig was en ook geen beroep was ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn, kon het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard. De voorzieningenrechter baseerde dit op artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar reeds is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.