ECLI:NL:RBDHA:2022:7791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake afwijzing verblijfsvergunning niet-ontvankelijk
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 22 november 2021. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Nadat op 15 februari 2022 op het bezwaar is beslist, diende verzoeker beroep en een nieuw verzoek om voorlopige voorziening in.
De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar is afgedaan en niet meer aanhangig is, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar.