ECLI:NL:RBDHA:2022:7790
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken bezwaar
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 31 juli 2021. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Op 14 oktober 2021 heeft de staatssecretaris op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk, aangezien een dergelijk verzoek alleen kan worden gedaan indien er nog een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting beoordeeld en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.