ECLI:NL:RBDHA:2022:769
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding advocaatkosten na beleidssepot wegens wederspannigheid
Verzoekster werd verdacht van wederspannigheid na een incident in een tram waarbij zij weigerde haar identiteitsbewijs te tonen en zich verzette tegen aanhouding. De zaak werd door het Openbaar Ministerie geseponeerd vanwege beleidsmatige overwegingen, met name de geringe ernst van het feit en het wegwerken van voorraden.
Verzoekster vroeg vergoeding van advocaatkosten op grond van artikel 530 Sv Pro. De rechtbank oordeelde dat ondanks het ontbreken van een inhoudelijke beoordeling door de rechter, de verdenking niet was weggenomen en dat het sepot een opportuniteitsbeslissing betrof. Er waren geen gronden van billijkheid voor vergoeding van de kosten.
De rechtbank verwierp het standpunt van de advocaat dat een inhoudelijke beoordeling tot vrijspraak had geleid en wees het verzoek af. De beslissing werd genomen door rechter L. Kelkensberg op 20 januari 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten wordt afgewezen wegens ontbreken van billijkheidsgronden.