ECLI:NL:RBDHA:2022:7664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf
Eisers, Pakistaanse familieleden van een verblijfsvergunninghouder, dienden aanvragen in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die door de staatssecretaris werden afgewezen. Tegen deze afwijzing maakten zij bezwaar, waarop de staatssecretaris niet tijdig besliste. Eisers stelden de staatssecretaris vervolgens in gebreke en dienden beroep in wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de beslistermijn van negentien weken, die startte na afloop van de bezwaartermijn, heeft overschreden. De termijn was door opschorting en verlenging uiteindelijk vastgesteld op uiterlijk 29 september 2021, maar op 25 januari 2022 was nog geen beslissing genomen. Het beroep is daarom gegrond.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit, stelt de reeds verbeurde dwangsommen vast op €1.442,- en legt een nieuwe dwangsom van €100,- per dag op met een maximum van €15.000,-. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. De staatssecretaris moet binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een beslissing nemen op het bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen en legt dwangsommen op aan de staatssecretaris.