ECLI:NL:RBDHA:2022:765
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit
Eiser heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beroep ingesteld nadat zijn asielaanvraag op 15 december 2021 in de algemene procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op 19 januari 2022 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank overweegt dat de verklaringen van eiser over zijn identiteit ongeloofwaardig zijn, mede omdat eiser eerder onder een andere naam asiel heeft aangevraagd en zich in Zwitserland en Italië van verschillende identiteiten heeft bediend. De stelling dat zijn paspoort en identiteitskaart in Italië zijn gestolen is niet onderbouwd, en er zijn geen nieuwe documenten of aangiften overgelegd.
Hoewel eiser geen documenten over zijn herkomst en nationaliteit heeft overgelegd, zijn er geen contra-indicaties. Eiser heeft consistent verklaard Marokkaanse nationaliteit te bezitten, wat wordt bevestigd door informatie van Zwitserse autoriteiten die hem naar Marokko hebben uitgezet. Eiser sprak tijdens zijn gehoren de Marokkaanse variant van het Arabisch. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige identiteit.