ECLI:NL:RBDHA:2022:761

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 januari 2022
Publicatiedatum
4 februari 2022
Zaaknummer
NL21.3999
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening inzake medische omstandigheden vreemdeling

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een ambtshalve beoordeling op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, die betrekking heeft op medische omstandigheden. Na afwijzing van het bezwaar door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.

De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 25 november 2021 behandeld. Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.3998) is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.3999

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker,V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.H.M. Post).

Procesverloop

Bij besluit van 30 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de ambtshalve beoordeling ten behoeve van verzoeker om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
Bij besluit van 16 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker daartegen kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.3998, op 25 november 2021 ter zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.3998, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.