Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 3 december 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 15 januari 2021 al een asielaanvraag in Roemenië had ingediend.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege de aangekondigde opschorting van Dublinoverdrachten door Roemenië vanwege de Oekraïnecrisis. De staatssecretaris verwees naar een claimakkoord en de Kamerbrief van 17 maart 2022, waaruit blijkt dat Roemenië de aanvraag zal behandelen en dat opschorting van overdrachten tijdelijk en beperkt is.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Roemenië haar verplichtingen niet zal nakomen. De staatssecretaris handelde binnen redelijkheid door de aanvraag niet in behandeling te nemen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.